7 February, 2010
Geplaatst door admin
Wie trekt de regen aan?
In de inmiddels uitverkochte bundel Wie trekt de regen aan? gaat de ik-figuur in een benauwende wereld op zoek naar een uitweg. Hij kijkt. Hij wacht. Hij tast de dingen af en verlangt naar een wereld die verscholen ligt onder de stof van het dagelijkse weten. De poëzie van Pim te Bokkel is geestverruimend. In zijn taalgebruik probeert hij het wezen van de dingen te benaderen. Het wezen dat verscholen ligt achter de namen die wij de dingen gaven. Zo bieden de gedichten de lezer de fascinerende mogelijkheid in een grotere wereld te leven. Een grotere wereld die de kleine mens eerder inspireert dan beangstigt.
Wie trekt de regen aan? werd in 2007 genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandstalige poëzie.
Reacties op Wie trekt de regen aan?:
“Veel debutanten zetten in op klassieke thema’s (liefde, dood) óf op lolbroekerij. Zo niet Pim te Bokkel. Hij wil “het wezen van de dingen benaderen”. Een romantisch dichter dus – en een goede bovendien”, schreef Peter de Boer in Trouw.
“Beste boektitel: Wie trekt de regen aan?” aldus Ricco van Nierop in het jaaroverzicht 2007 van De Recensent.
‘Te Bokkel lijkt zich weinig aan te trekken van literaire modes. Hij hanteert een eigen, ingetogen, maar beeldrijke taal en hij weet wat hij daarmee wil doen [...] bedachtzame poëzie, die toegankelijk is en je tegelijkertijd doet zoeken naar méér [...] terecht genomineerd voor de C. Buddinghprijs voor het beste debuut”, schreef Reine de Pelseneer op VlaBin-VBC.
Uit het Juryrapport van de C. Buddingh’-prijs:
‘De eerste bundel die we nomineerden was Wie trekt de regen aan? (Nieuw Amsterdam Uitgevers) van Pim te Bokkel. Hij gaat in zijn gedichten “op zoek naar een wereld die verscholen ligt onder de stof van het dagelijks weten” Dat levert speelse, tevens niet oncerebrale poëzie op, die bladzij na bladzij probeert een opening te krijgen in een gangbare manier van kijken en spreken over de wereld. Gevoelens van onderhuidse dreiging maar ook een sterk besef van het uitzonderlijke in het gewone worden verwoord met zin voor zowel het concrete als de beperkingen ervan.
Te Bokkels taal werkt met z’n registerverschuivingen en perspectivische wendingen niet zelden als een methode: een bewustzijn, zich bewust van zijn verblindende tussenkomst, probeert via de taal iets als oorsprong te hervinden. Wanneer dit streven slaagt, zijn gedichten met een opvallend eigen aanwezigheid het resultaat.
Pim te Bokkel is een dichter die verwachtingen wekt.’
Meer reacties op Wie trekt de regen aan?:
“Ik moet zeggen dat Te Bokkels invalshoek niet al te gebruikelijk overkomt. Kijken naar regendruppels die zich verplaatsen [...] zo verzet deze debutant zich tegen de overheersende scepsis en verbrokkeling van alles en omhelst een inmiddels vergeeld en daardoor juist ook weer nieuw klinkend gedachtegoed”, aldus Rob Scouten in Vrij Nederland.
“Een mooi debuut. Beeldrijke verzen van een dromerige dichter die op zoek is naar het wezen van de dingen, geschreven in een kraakheldere taal”, schreef De Gelderlander.
“De vervreemding en de waanzin [...] ik rook er een op Pim te Bokkel. De avonturier”, schreef Erik Jan Harmens in De Groene Amsterdammer.
“Pim te Bokkel (1983) is een jonge naam, maar Crossing Border staat al op zijn dichterslijst en ook Passionate, Krakatau en Meander. En als hij zo verder gaat dan wordt dat lijstje nog heel erg lang. In dit debuut weet je bij de eerste gedichten al: dit is raak. Te Bokkel, of moeten we zeggen Pim, duwt je zijn wereld binnen. En je gaat. Je stribbelt niet tegen. Je kijkt verwonderd om je heen en ziet de dingen voor het eerst. Je denkt: waar ben ik beland. Je denkt ook: mag ik hier nog even blijven, alsjeblieft. Er zit beroering in zijn zinnen: “Hoe lang het al beweegt / aan het kampvuur dat de bosrand verkoolt / in de nacht die aan het kampvuur tekt / als ze danst / danst het in een jurkje rood als zij”. De titel en de naam van de dichter op het omslag vormen een beelddicht. Wie trekt de regen aan is een bui waarin je wilt gaan rennen”, schreef Bibi Dumon Tak voor NBD | Biblion.
“Meestal werken zijn waarnemingen gewoon. Hij leert er de wereld mee kennen. Maar de laatste regel van “Het oog” laat zien hoe weinig we eigenlijk weten over de wijze waarop we weten. Dat besef geeft Te Bokkels gedichten noodzaak. En het duidt op een project waarvan het einde, gelukkig voor de lezer, nog niet in zicht is”, schreef De Recensent.
“Verwijt mij niet dat ik er allemaal grote namen bij haal om deze poëzie te kenschetsen – dat is de vedienste van deze gedichten zelf, aldus poëzietijdschrift Krakatau.
“Overgiet deze alledaagse observaties met een taal die zich niet hult in gratuite woordspelingen of exuberante interpunctie, kruidt met een nominatie voor de C. Buddingh’-prijs en je gunt jezelf een blik op een toekomstige poëtische meerwaarde”, schreef Yves Joris voor de website Poëzierapport.
Top 3 favoriete dichtbundels van 2007: ‘Van een te volgen recept geen zweem’. Marja Pruis, Awater
Tip 5: “Pim te Bokkel, Wie trekt de regen aan? Door de poëzie van deze jonge dichter gaat de lezer een grotere wereld vermoeden achter de dagelijkse feiten. Verfrissend en vol verlangen om door te dringen tot de kern,” oordeelde Gelly Talsma van Athena’s Boekhandel in Groningen.
Filmpje naar aanleiding van de C. Buddingh’-prijs, 2007, gefilmd door Bellisima. Pim te Bokkel leest de eerste drie gedichten uit zijn bundel, onder begeleiding van muziek uit de film Apocalypse Now.









