<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Pim te Bokkel</title>
	<atom:link href="http://pimtebokkel.nl/wordpress/?feed=rss2" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://pimtebokkel.nl/wordpress</link>
	<description>De dingen de dingen de dans en de dingen</description>
	<lastBuildDate>Tue, 15 May 2012 18:27:14 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Van de hemelse Heidelbergs en de heidense drukinkt</title>
		<link>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=950</link>
		<comments>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=950#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 May 2012 11:45:21 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Audio]]></category>
		<category><![CDATA[Stukje]]></category>
		<category><![CDATA[Video]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=950</guid>
		<description><![CDATA[Na een optreden met de Rauwe Uiwe in Boekhandel Pampus ontmoetten we een vrouw met een mysterieuze naam, een naam alsof de al even mysterieuze vrouwfiguur door een engelenquintet met trompetten wordt aangekondigd: dames en heren, Tarata. Terwijl we aan de balie van de boekhandel aan de rode wijn zaten, vertelde ze over haar werkplaats, [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.dewereldvanbram.nl/nha%20lessen/nha%20les%2039/afb-inhoud/trompet1.jpg"><img class="alignnone" title="Hemels trompet geschal" src="http://www.dewereldvanbram.nl/nha%20lessen/nha%20les%2039/afb-inhoud/trompet1.jpg" alt="" width="274" height="274" /></a>Na een optreden met de Rauwe Uiwe in Boekhandel Pampus ontmoetten we een vrouw met een mysterieuze naam, een naam alsof de al even mysterieuze vrouwfiguur door een engelenquintet met trompetten wordt aangekondigd: dames en heren, Tarata. Terwijl we aan de balie van de boekhandel aan de rode wijn zaten, vertelde ze over haar werkplaats, die tot de nok gevuld was met een keur aan ouderwetse Heidelberg-persen. De geur van natte drukinkt zou zich vandaar, door de grote loodsdeuren, boven Amsterdam Oost verspreiden. De werkplaats zou herkenbaar zijn aan die ene zwarte wolk, die op een dag als vandaag, tussen de melkwolkjes boven het eiland hangen. “Inkt,” zei ze. “Inkt zal het thema zijn van de bundel die we met jullie willen maken. We zullen de Heidelbergs laten dansen op de muziek van jullie poëzie. Dronken van de geur van inkt zullen we het glas heffen op de bundel die we dan presenteren.”</p>
<p>Ik keek Martijn den Bakker aan. Martijn keek Bernard Wesseling in de ogen. Bernard krulde zijn gesloten lippen tot een grimas, dacht heel even na en keek me toen langzaam maar zekerder knikkend aan.</p>
<p>“Volgens mij doen we mee”, had ik gezegd.</p>
<p>“Zeker”, zei ook Sander Meij, die net kwam aangelopen. “Inkt! Paint it Black, Rolling Stones! Rock and Roll baby&#8230;”</p>
<p>“The Rolling Stones zijn oud man,” zei ik.</p>
<p>“Vijftig jaar dit jaar”, wist Sander. “Collectief driehonderd.”</p>
<p>“Sander”, zei Martijn.</p>
<p>Sander trok zijn rechter wenkbrauw op alsof-ie Martijn de maat nam en zei: “Goed. Dus ik laatst mijn pen pakken&#8230;”</p>
<p>Zo moet het ongeveer gegaan zijn. In de maand die er tussen toen en vandaag zat schreef ik mijn eerste wetenschappelijke publicatie. Niet dat het een wetenschappelijke publicatie is, of dat het ergens bij Reed Elsevier in de archieven verdween, maar met hoofdstukken als ‘Materiaal en Methode’ en ‘Resultaten en Conclusies’ kwam het van alles wat ik na mijn studies Biotechnologie en Wetenschapsfilosofie geschreven heb toch het dichtst in de buurt van iets wetenschappelijks.</p>
<p>Een van de grootste angsten die ik had tijdens mijn studie biotechnologie was wel te eindigen als biotechnoloog, tot ’s avonds laat in een laboratorium, microliters DNA en RNA in klein epjes pipetterend tot je er bij neerviel, om zo maanden onderzoek van tafel te stot en en weer helemaal opnieuw kunnen beginnen.</p>
<p>Die angst moet in mijn achterhoofd gezeten hebben toen ik dat gedicht schreef, want een gedicht is het geworden – vergeet dat ik ooit sprak van een wetenschappelijke publicatie. ‘Over het colloïdale en destructieve effect van synthetische inkt op de in laag water levende stam der weekdieren’, heet het.</p>
<p><iframe src="http://w.soundcloud.com/player/?url=http%3A%2F%2Fapi.soundcloud.com%2Ftracks%2F46232130&amp;show_artwork=true" frameborder="no" scrolling="no" width="100%" height="166"></iframe></p>
<p>Ik lees het nog eens door, nu ik op mijn balkon onder een clichéblauwe hemel met wat blauwe wolkjes in de zon zit te wachten om over enkele minuten naar de werkplaats te gaan waar de presentatie van het drukwerk is.</p>
<p>Omdat bij Querido volgende week woensdag de nieuwe bundel van Bernard Wesseling verschijnt, zal van zijn gedicht een plano gedrukt worden. Een plano ja. Ik schreef er al eerder over, toen Wolfram van Uitgeverij Tungsten me vroeg of hij één gedicht van me op handgeschept papier, met wederom die Heidelbergs, mocht uitgeven.  Wolfram die, overigens, dit jaar op diezelfde machines een kleine bundel van me zal drukken, maar dat terzijde.</p>
<p>“Dat wil ik ook”, zeiden Bernards ogen eerst. Het duurde even voordat zijn mond het ook uit kon spreken, maar toen hij het zei klonk het vastberaden. Het zou op hem afkomen. En het kwam op hem af. Het kwam als de vrouw, wier naam immer met trompetgeschal wordt aangekondigd, uit de hemel vallen, op die ene dag in Boekhandel Pampus.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/XKmbO1qsreE" frameborder="0" width="420" height="315"></iframe></p>
<p>We gaan erheen, naar het <a href="http://www.grafischwerkcentrumamsterdam.nl/contact/">Grafisch Werkcentrum</a>, en wel nu! Met de Rauwe Uiwe en dichters als Bas Jacobs en Daan Doesborgh, om de Heidelbergs in actie te zien.</p>
<p>Weet je trouwens wat achteraf de grap met die inkt uit de pen van de immer enthousiaste Sander Meij was? Die kwam niet.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?feed=rss2&#038;p=950</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Matchboxworld</title>
		<link>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=923</link>
		<comments>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=923#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 05 May 2012 11:36:44 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Audio]]></category>
		<category><![CDATA[Gedicht]]></category>
		<category><![CDATA[Multimedia]]></category>
		<category><![CDATA[Stukje]]></category>
		<category><![CDATA[Video]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=923</guid>
		<description><![CDATA[Word ik vorige week vrijdag midden in de nacht gebeld door Michiel, of ik al een catalogustekst bij mijn ‘beeldend werk’ voor de expositie Matchboxworld heb. Michiel is als kunstenaar bekend onder de naam Micheal Fargarden. In die hoedanigheid is hij één van de drijvende krachten achter het kunstenaarscollectief NAT, wat de afkorting is voor [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://pimtebokkel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/05/Michael-Fargarden-2.jpg"><img class="alignleft  wp-image-933" title="Michael Fargarden 2" src="http://pimtebokkel.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/05/Michael-Fargarden-2-300x224.jpg" alt="" width="268" height="201" /></a>Word ik vorige week vrijdag midden in de nacht gebeld door Michiel, of ik al een catalogustekst bij mijn ‘beeldend werk’ voor de expositie Matchboxworld heb. Michiel is als kunstenaar bekend onder de naam Micheal Fargarden. In die hoedanigheid is hij één van de drijvende krachten achter het kunstenaarscollectief NAT, wat de afkorting is voor Neverending Art Tour.<br />
“Houdt het dan nooit op?”<br />
“Ha, nee. Het houdt nooit op”, zei Michiel. “De opening van de expositie van de tentoonstelling is aanstaande zondag al. En op zaterdag komen er al mensen langs om dwergen in hun absint te kegelen tijdens het bevrijdingsfestival.”<br />
Dus ik de hele nacht op mijn pen bijten tot er inkt uit kwam. Vrij intuïtief had ik als dichter, op basis van het gedicht ‘Wasknijper’, dat ik eerder schreef, voor de tentoonstelling zeven luciferdoosjes geprepareerd. Ik had een idee en zei dat ik wel mee zou doen. Het ging me minder makkelijk af dan gedacht. De elementen als watten, doosjes, garen, lucifers en wasknijper waren al meerdere keren in rook opgegaan, maar vonden elkaar uiteindelijk in een compositie.<br />
Als dichter heb je het ergens makkelijker dan de beeldend kunstenaar, dacht ik. Je domein is beperkt tot de taal, of in ieder geval tot letters en leestekens, tenzij je de strijd van Tonnus Oosterhoff tegen de natuurlijke grenzen van de taal nog eens over wilt doen natuurlijk. Als dichter loop je zogezegd door de stad en zijn je keuzemogelijkheden beperkt tot de straten met straatnamen. Als kunstenaar kan je bij elk element duizenden keuzes maken. Die wasknijper&#8230; moet die geverfd, gelakt, verbrand, verhakseld et cetera&#8230; je navigeert op open zee&#8230; geen taal die je de weg wijst.<br />
Uiteindelijk was ik eruit gekomen, kon ik Michiel wel vertellen. Maar nu moest de route die ik afgelegd had dus alsnog in woorden worden vastgelegd.</p>
<p><iframe src="http://player.vimeo.com/video/41228937" frameborder="0" width="600" height="340"></iframe></p>
<p>Ik geloof niet in kunst met een bijsluiter. Het kunstwerk moet als ding op zichzelf staan. Het zou ook zonder bijsluiter, aan iemand die er de tijd voor wil nemen, het het hele verhaal openbaren.<br />
“Je hoeft het ook niet uit te leggen”, zei Michiel. “Je kan ook vertellen waar je vandaan komt. Wat je overwegingen zijn. En welke werken je eerder hebt gemaakt.”<br />
Ineens bedacht ik me dat ik in 2010 met Rudolph Kempers de expositie ‘De dans der dingen’ had gepresenteerd. Het ding, dat was met ook een bundel als <em>De dingen de de dingen de dans en de dingen</em>, dacht ik, dus een soort van echt mijn ding. Dat zou mijn invalshoek voor de catalogustekst worden.</p>
<p><span style="color: #999999;"><strong>Catalogustekst</strong></span></p>
<p><span style="color: #999999;">In het werk van Pim te Bokkel neemt de thematiek van het ding een belangrijke plaats in. In de dichtbundel <em>Wie trekt de regen aan?</em> uit 2007 is er al sprake van het verlangen naar een ding dat alle menselijke behoeften in één klap bevredigt. Het ding lijkt er te zijn, maar ineens vliegt het op en is het verdwenen, alsof het nooit echt heeft bestaan. Dit thema keert terug in de bundel <em>De dingen de dingen de dans en de dingen</em>, waar er sprake is van een schril contrast tussen de statische wereld van de dingen en de dynamische wereld van de dans. Uiteindelijk willen alle dingen dansen, meent Te Bokkel: zelfs het blad aan de boom krijgt met het voorbijgaan der seizoenen de levensadem ingeblazen, raakt los, danst heel even, valt dan neer en wordt vertrapt, om, zij het heel even maar, te hebben geleefd.</span><br />
<span style="color: #999999;"> In het manifest van de expositie ‘De dans der dingen’ beschrijft Te Bokkel een wereld die dreigt te verbrokkelen in steeds meer dingen. “Al die dingen, de mens dreigt erin te verdrinken. Of erger: de mens beschouwt zichzelf uitsluitend nog als een ding dat uit wat cellen en moleculen bestaat&#8230; de mens verdingt.” In dit proces van verdinging kijkt de mens naar de wereld, zonder het gevoel te hebben daar onderdeel van uit te maken of daar iets in te kunnen veranderen. Wie verdingt verdwijnt, daarom wil Te Bokkel in de bundel <em>De dingen de dingen de dans en de dingen </em>door middel van poëzie de dingen nieuw leven inblazen.</span><br />
<span style="color: #999999;"> In de serie lucifersdoosjes die Te Bokkel voor ‘Matchboxworld’ samenstelde staat de wasknijper uit het onderstaande gedicht centraal.</span></p>
<p><iframe src="http://w.soundcloud.com/player/?url=http%3A%2F%2Fapi.soundcloud.com%2Ftracks%2F44532085&amp;show_artwork=true" frameborder="no" scrolling="no" width="100%" height="166"></iframe></p>
<p><span style="color: #999999;">Te Bokkel vraagt de wasknijper wat er beklijft, wat er overblijft ‘als straks de herfst aantrekt’. In de verschillende composities die hij voor Matchboxworld maakte speelt de wasknijper met vuur: in het samenspel der dingen, de compositie, lijkt de wasknijper zijn eigen ding-heid in twijfel te trekken. De wasknijper wil er niet als ding bestaan. De vraag die rest is wat er overblijft.</span></p>
<p><strong>Ik als ding </strong></p>
<p>Het voelt altijd wat onwennig om over jezelf in de derde persoon te schrijven, maar soms moet je zo een biografie of iets dergelijks aanleveren. Ergens voelde ik ook tijdens het schrijven van de catalogustekst dezelfde angst als de angst voor verdinging die ik in de catalogustekst beschreef. Ik keek naar mezelf als een buitenstaander, terwijl ik dat toch schreef, terwijl ik dit toch schrijf, nu. Ik bedoel terwijl ik dit toch schreef&#8230;<br />
Misschien begrijp je wel wat ik bedoel. Ik kan er slecht tegen als mensen een ellenlang betoog, of een opstapeling van verontwaardigde scheldwoorden eindigen met de uitdrukking: ‘weet je?’ Meestal weet ik het niet. Daarom stond die persoon ook zo zijn best te doen om datgene wat ik niet wist onder woorden te brengen. Maar goed, op zo’n moment weet je dus wel dat iemand even moeilijk uit zijn woorden komt. Daar kan je dan ook wel een soort van menselijk soort ‘respect’ voor hebben.<br />
“Gaat het lukken met die tekst?” vroeg Michiel.<br />
“Ah, ik denk dat het wel gaat lukken, weet je&#8230;” zei ik maar.<br />
“Is goed man. Respect. Check je later.”<br />
“Later, later. De expositie komt snel dichter bij. Maar alles komt goed”, zei ik.<br />
“Zeker,” zei Michiel vastberaden, rechtdoorzee, want zo is hij.</p>
<p><strong>Matchboxworld</strong></p>
<p>De expositie Matchboxworld is van 6 tot en met 26 mei te zien in het NDSM Treehouse op het NDSM-terrein in Amsterdam. Matchboxworld is een tentoonstelling met luciferdoosjes als beeldend uitgangspunt. De toegang is gratis. En alle informatie vind je op <a href="http://www.NeverendingArtTour.nl" target="_blank">NeverendingArtTour.nl</a>.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?feed=rss2&#038;p=923</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Horror rorror razer raar</title>
		<link>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=903</link>
		<comments>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=903#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 01 May 2012 19:53:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>admin</dc:creator>
				<category><![CDATA[Festina Lente]]></category>
		<category><![CDATA[Stukje]]></category>
		<category><![CDATA[Video]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://pimtebokkel.nl/wordpress/?p=903</guid>
		<description><![CDATA[De stem van Simon Vinkenoog schalde al uit de luidsprekers, maar we hadden een probleem, een groot probleem. Het gerucht dat jurylid F Punt Starik, die ik al een een tijdje niet meer gesproken had, deze avond niet aanwezig was had zich reeds via Facebook verspreid. De afzeggingen van dichters druppelden binnen. En andere dichters [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://woldhek.nl/image/show/399-lucebert"><img class="alignnone" title="Lucebert door Woldhek" src="http://woldhek.nl/images/drawings/399-lucebert.jpg?1194503972" alt="" width="193" height="280" /></a>De stem van Simon Vinkenoog schalde al uit de luidsprekers, maar we hadden een probleem, een groot probleem. Het gerucht dat jurylid F Punt Starik, die ik al een een tijdje niet meer gesproken had, deze avond niet aanwezig was had zich reeds via Facebook verspreid. De afzeggingen van dichters druppelden binnen. En andere dichters kwamen zonder opzegging niet opdagen. Twee deelnemers waren er om de avond te vullen.</p>
<p>“Dichters&#8230;”, verzuchtte Martijn den Bakker, die altijd het logistieke gedeelte van de Festina Lente Poëzieslag regelt en die deze keer ook de avond presenteerde. “Er was een dichter die me na zes keer heen en weer mailen vroeg wanneer die poëzieslag nu eigenlijk was. Zestien april, zei ik. Aha, dan kan ik niet, zei de dichter, om daar – met de onbescheidenheid die dichters kenmerkt – aan toe te voegen of wij ook op 22 april konden.” Zo vertelde Martijn het ons. “Nou nee dus”, had hij wel moeten antwoorden. De enige echte poëzieslag van Nederland valt immers, om redenen die ons verstand te boven gaan, op de derde maandag van de maand.</p>
<p>“Waren dichters in de beginjaren ook zo?” vroeg ik slamveteraan en jurylid Sven Ariaans.</p>
<p>Het was niet echt dat hij zijn schouders ophaalde, maar hij schokte met zijn harde botten, misschien omdat hij de wijn wilde pakken om iedereen bij te schenken. “Waar het om gaat is dat we de sfeer van de avond redden”, zei Sven, na er even retorisch het zwijgen toe te hebben gedaan.</p>
<p>Dus ik bellen, als een malle&#8230; Maartje Smits, Boris de Jong, Philip Fokker&#8230; iedereen uit mijn adresboek. Ving ik bot.</p>
<p>Er zat nog maar één ding op, bedacht ik me.  Juist wilde ik voorstellen om tot de lieve God een mooi gereformeerd gebed op te lezen, ik bedoel, ik sluit mijn ogen al en probeer de handen van Sven en Martijn beet te nemen, springt jurylid Rick de Leeuw op en zegt, met de stem van het dier in zijn achternaam: “Dames en HEREN, Sander KOOLwijk.”</p>
<p>En zo druppelden er op het laatste moment meer dichters binnen, die niet in mijn telefoonlijst stonden en die binnen of buiten mededingen zoals Koolwijk de avond redden. Al met al een mooie line-up dus, die uitmondde in drie finalisten.</p>
<p><strong>Robin Block</strong> deed buiten mededinging mee, alhoewel dat na de eerste ronde niet helemaal duidelijk was, want de jury was zo gecharmeerd van zijn voordracht dat hij doorging naar de tweede ronde. Block liet<strong> </strong>zich inspireren door het gedicht ‘Horror’ van Lubertus Jacobus Swaanswijk – een gedicht dat hij, die we allemaal wel kennen onder de naam Lucebert, ooit opdroeg aan Zijne Heiligheid Gregorius VII. “savonds gaat heer horror uit / (hij pienkt aan de ladies, hij pienkt aan de poem)”, dichtte Lucebert consequent zonder hoofdletters.</p>
<p><iframe src="http://player.vimeo.com/video/13003697" frameborder="0" width="500" height="375"></iframe></p>
<p>Het gedicht van Blok was getiteld ‘Strotjoch Wondvocht’. Blok dichtte er over iemand met een “zorroisch snorretje”, iemand die zich “grosso modo” nog “twee vrouwenbenen inwerkte”. Het waren de benen van een “nimfbitch met een morning after lip”, zei Blok, in zijn eigen neojarenvijftigtaal.</p>
<p><strong>Jaap Montagne </strong>begon met een gedicht waarin hij zich afvroeg waar ze gebleven waren. Wie? De pisteksten, de puistige punkers, het langharige tuig dat de wereld deed tandenknarsen&#8230; Aha, ach so! Zijn voordracht was strak. En een ronde verder sprak hij met evenveel vuur over de tijd van nu. Als een digitale voyeur had hij het over meisjes om aan te klikken. Een oratie die eindigde in de tragische slotoproep: “Hallo ik zit ook op Hyves. Hyve me dan! Hyve me dan! Toe dan! Hyve me dan!”</p>
<p>Op speciaal verzoek van de organisatie vergastte ook <strong>Robin Veen</strong> ons op zijn gedichten, die hij blind voordat hij van huis wegging van tafel had gegrist. Er<strong> </strong>zaten nog rekeningen tussen, die hij overigens niet voorlas. “Amsterdam. Er dobbert een hoofd in het raam”, dichtte Veen, van wie wij eigenlijk vonden dat het onderhand wel eens tijd werd dat hij opgemerkt werd door een uitgeverij. Hij moest inmiddels duizenden gedichten hebben geschreven. En meerdere van die gedichten zouden in een mooie bundel niet misstaan. Een van zijn kortste gedichten staat me nog helder voor de geest. Ik zal hem integraal citeren, hier: “Zijn antistatisch taalgebruik maakte hem kort van stof. Kijk, zei hij&#8230;” Er viel een stilte, tot, zoals Herman Brood het ooit formuleerde, iets later, het kwartje viel.</p>
<p><strong>Enno Wiersma</strong> dichtte over een giraffe en gooide er toen nog een haiku, nee, een dubbele haiku tegenaan. Gedurfd sloeg hij de plank mis met een gedicht waarin hij beweerde een <em>gangsta rapper</em> te zijn. Dat was onbedoeld ironisch, in de zin van enigszins knullig, want als er iemand in de zaal niet “<em>gangsta</em>” was, dan was het de heer Wiersma wel, die met een geruite bloes en een enigszins onhandig lichaam met een mooie bos vol krullen met vragende ogen de zaal inkeek en in gebrekkig Engels vroeg of hij een <em>gangsta rapper</em> was.</p>
<p>Wie wel een rapper was, <em>gangsta</em> of niet, maar wel, zoals ze dat tegenwoordig zeggen, <em>een baas,</em> was <strong>Fuji Rademaker</strong>. Fuji wilde buiten mededinging meedoen, bang als hij was voor het rijmdwang dat hij zijn eigen werk toedichtte. Maar&#8230; hij werd overgehaald en schopte het eindelijk tot in de tweede ronde, met teksten over juppendrugs, de schapen die we klonen en vrijmetselaarsseks. Oorspronkelijk werk, waarbij de clichè&#8217;s onaangeraakt bleven, als ook de rijmdwang. “Dit is geen rijmdwang ouwe,” zei ik hem na afloop, terwijl ik struikelend over mijn armen een toffe <em>hand shake</em> bij elkaar <em>fakete</em>, “die shit rijmt gewoon.”</p>
<p>En dan was er<strong> Erwin Mulder </strong>nog, die in een spraakwaterval van vindingrijkheid ons weer deelgenoot maakte van zijn toch wel enigszins zorgwekkende binnenwereld. Er is niemand die kan denken en kan schrijven zoals Mulder dat kan. Stijl, heet dat – een buitencategorie van mooi en lelijk. Iets dat niemand anders had kunnen bedenken, tegen het randje van het gestoorde aan, waardoor de teksten steeds op scherp stonden. Ik ging op in de teksten en vergat dus notities te maken. Gewaagd, maar intrigerend was het steeds. “Dank voor alle bevestiging”, zei hij nog, blij als hij was dat hij in de finale nog eens zijn gedichten konvoordragen. Je had er bij moeten zijn geweest, want Erwin Mulder won de juryprijs, wat ook meer dan terecht was.</p>
<p>De laatste voorronde van de poëzieslag van dit seizoen zal plaatsvinden op 21 mei 2012. <a href="https://www.facebook.com/FestinaLentePoezieslag">Meld je aan</a> om mee te doen, zou ik haast zeggen. Kom, kom opdagen en wees erbij, want het was al met al weer een fijne, sfeervolle avond.</p>
<p>&nbsp;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://pimtebokkel.nl/wordpress/?feed=rss2&#038;p=903</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

