5 February, 2012
Geplaatst door admin
Gastblog: Sander Koolwijk
Op 16 januari 2011 was het weer zover, ik zat met mijn iPhone en nog 13 procent juice klaar om verslag te doen van de Festina Lente Poëzieslag, als live-verslaggever op Facebook dit keer, want de annalen werden dit keer geschreven door niemand minder dan Sander Koolwijk. Van Koolwijk verscheen onlangs bij De Windroosreeks de bundel ‘De patroon van dit huis’. Een bundel met “oorspronkelijke poëzie, voor scherpe lezers”, aldus een van de recensies. Om 21:19 klonk vanaf een compact disc de stem van Simon Vinkenoog, was mijn batterij op 11 procent, begon de voordrachtsavond en begon ook Sander Koolwijk met observeren en notuleren…
Over de rijmdwang en de dood
Door Sander Koolwijk
Als deze poëzieslag in Festina Lente een voorbode was van het komende jaar gaat brengen, zal het een donker jaar worden waarin er veel wordt afgerijmd. Ergens die dag was er een begrafenis. Veel stamgasten waren daardoor niet present. Een jurylid was zoek, maar werd alsnog bereikt en bleek onderweg. Gelukkig: want als iemand verstand heeft van de dood en poëzie, dan is het deze Amsterdamse stadsdichter, heer F. Starik, wel. Jurylid Rick de Leeuw was goed gehumeurd door een superoptreden in de Kleine Komedie, de avond daarvoor. Sven, Nederlands beste Podium dichter, vergezeld door Nora, die de jury compleet maakte, zou die avond de nog niet tot leven gekomen dichters in leven laten door zijn harde kritiek stevig te verpakken in een mooi klassiek Ariaans Jury Rapport. Martijn den Bakker, de snelle en gevatte presentator vuurde, klokslag 9 uur (Festina Lente tijd), zijn aankondiging af op de eerste dichter van de avond: Ditmar Bakker.
Ditmar: normaal letterlijk een badgast in badjas. Deze avond gekleed als heer. Met het voorlezen van de titel van zijn gedicht “de Idioot in het bad”, stelde hij zich direct al kandidaat voor de tweede ronde. Jezelf als metafoor plaatsen in je eigen gedicht is Droste reallife, en best knap. Zeker als je ook nog eens bedenkt dat hij daarvoor de discipline heeft kunnen opbrengen om een paar jaar lang in badjas op het poëziepodium te klimmen. Badjas – Regenton – Socrates. Een sterke mening en de confrontatie zoeken met verschillende groepen en personen: dat kun je wel overlaten aan deze voormalige badgast. Mooi aan zijn eerste voordracht waren zinnen als: “tijd, een onmisbaar instrument”. Enigszins hoogdravend, dat soms wel, dichtte hij over een alledaags fenomeen van de gemiddelde schrijver: afgewezen worden door uitgeverijen. De idioot in het bad vond zijn bijna einde uiteindelijk in schuimbubbels. Next.
Noa Abri. Of ik dat goed schrijf weet ik niet. Google geeft mij bushokjes en is daarmee stukken minder zwaar op de hand dan Noa’s gedicht over haar vader. Misbruikt? Ruzie? In ieder geval zal ze zich niet van het leven beroven, debiteerde ze met veel rijmdwang en zonder hoogstaande poëzie. Maar of dat erg is, dat is maar de vraag. Festina Lente is een open podium met soms verrassende, soms therapeutische poëzie; voor aanstormende nieuwkomers of oude rotten die zich tot dan altijd verscholen hielden. Laat jezelf allemaal zien op dit mooie podium. Ook als je familiedrama’s wil delen op rijm, ook al ben je door je vader verrot geslagen. Misschien was Noa’s gedicht wel de blokkade van de poëzieader in Noa zelf. Go on. Voel de opluchting. Leef tot na je ondraaglijke lijden. Next.
Miguel Santos. Een dichter die toostte op hervonden kriebels van het nieuwe jaar. En wij deden mee, een beetje: het was tenslotte al de derde maandag van het nieuwe jaar. “Een toast / Op de nieuwe ronde, nieuwe kansen, / Op een nieuw jaar lekker koken, / Op het wagen om te dansen, / Op stoppen, of juist doorgaan met roken.”
Poëzie die gedragen wordt voorgedragen is even fijn om te horen, maar niet te lang achter elkaar want wordt het vaak een preek, zonder pepermuntjes. Als het dan ook nog nodeloos ingewikkeld wordt door dwangmatig gezochte rijmwoorden, dan is het evenwicht verstoord. Miguel is zich daar bewust van en soms lukt het hem dan ook om poëzie te schrijven. Zinnen die een ritme kregen door herhaling, binnenrijm, klank, en alliteratie: “nieuwe ronde” – “nieuwe jaar” – “nieuwe klanken”; “toast” – “koken” – “roken”; “jaar” – “wagen” – “doorgaan”; “kansen” – “koken” – “roken”. De techniek was er, de uitvoering niet altijd even verrassend, maar voor het podium deze avond was het voor deze ronde genoeg. Toch zit er meer in deze dichter. Next.
Paul Wetherall. Een Engelse, Engelstalige dichter die, als hij alleen al geslaagd was voor verdonks taalcursus de avond zomaar had kunnen winnen. Festina Lente is helaas voor hem een poëzieslag voor Nederlandstalige poëzie. Maar van hem genieten was toegestaan. En ook Paul genoot zichtbaar van het mooie Festina, waar het publiek altijd bereid is om zich mee te laten voeren door de dichter, al diens poëzie daarom vraagt. En ik werd meegevoerd naar twintigjarigen, die of tot bloei komen, of al vroeg in hun leven sterven:
“20-somethings called into a room and told to wait/ until / one day a starry hand /will touch them on the shoulder and lead them to / the sun, / if they’re not ready, they will be burned / by it’s fatal beauty. / those who don’t make it will be left as carbon statues / standing naked in the street.
Engels is wel echt een mooie taal om poëzie met een ingehouden toon te schrijven en sereen voor te dragen. Niet voor niets winnen de Engelstalige slammers vaak de WK’s. Next.
Caroline Bruggeling. De avond daarvoor verleid om op dit podium te komen voordragen door de zanger die ik als 10-someting op mijn kastdeur had hangen. Een gitaarspelende man in de rook met onder zijn voeten de tekst: het grote geheim. Rick de Leeuw. Carolien was minder mysterieus dan de Rick op mijn kastdeur.
“De vrijheid in mijn hoofd / kwam vandaag zomaar aangelopen”. En: “Laat me wankelen”, over een relatie die schijnbaar onbereikbare liefde. Misschien ging het wel over Rick. En daarmee was Caroline dan toch ook mysterieus. Want ik vroeg me toch af over wie het ging en wie die man of vrouw was die ze niet kon bereiken. Caroline vertelde ook nog: “Het Kan alleen maar beter worden”. En zo was het. De eerste ronde zat erop. Rick liet net als de rest van de jury niemand wankelen. Iedereen een tweede ronde werd besloten, terwijl het publiek bediend werd door het altijd fantastische Festina barpersoneel.
Bij onze tafel voor vier, waaraan ik zat met live verslaggever en dichter Pim te Bokkel, waren ondertussen twee “20-sometings” aangeschoven, die een baan zochten – en waarschijnlijk gezien de crisis dat nog steeds doen -. De kleinste van de twee deed onderzoek naar “het bewuste van jezelf zien door beelden in het heelal.” Ik dacht aan hemellichamen, maar dat bleek niet zo te zijn. Ik ben er ook niet helemaal uitgekomen, maar ik heb dan ook niet de studies literatuurwetenschappen en geesteswetenschappen gedaan. Wellicht kwam het ook omdat mijn hersens trager gaan werken als ik teveel met rijm aan elkaar gelijmde (binnenrijm!) zinnen hoor. Gelukkig was er de tweede ronde. Pim, die had zijn telefoon weer bijgeladen na een tip van online-orakel Asha, kon op facebook weer verder verslagleggen. Podiumdichters bewaren het beste altijd voor de tweede ronde en de finale. De hemellichamen waren goed gestemd: het was helder buiten. Iemand aan onze tafel had misschien een baan gevonden bij een mediaburo. Pim en ik zaten er klaar voor. Caroline mocht de tweede ronde aftrappen.
Caroline dichtte over ene Kira. Onze Kira? Kira Wuck, de NK-poetryslamkampioen, die doorbrak in Festina Lente waar zoveel dichters eerder doorbraken. Helaas, het was: “Kira, die zich veilig omringt weet door Mariabeelden”. Met Kira liep het niet goed af. Misbruikt door een soort van Benno L., maar dan haar oma die nu dood is. Toch? “Mag het ietsjes meer” dichtte ze daarna ook nog. Ik dacht het even niet. “Maakbaar als een fotoshop” “Geen trio’s voor Caroline, slechts een sexduet”. “Driemaal woordwaarde” antwoordde presentator Martijn Den Bakker. “Ik zou het ook niet weten” dichtte ze tenslotte nog en ik vroeg ik of ik het wist. Ik twijfelde, maar uiteindelijk overheerste bij mij toch het gevoel dat Caroline het toch maar deed: daar gaan staan, op een podium, voor een jury. En tegelijkertijd dacht ik aan die mooie bibliotheken vol met dichtbundels die nooit uitgeleend worden. Als je je leven onder woorden wil brengen, dan is poëzie daarvoor blijkbaar ook geschikt. En hoe beter je eigen poëzie wordt, hoe beter je je eigen leven dus moet kunnen gaan begrijpen… maar misschien ook niet. Next one: Noa.
Noa wilde eigenlijk maar één gedicht doen, over haar vader dus. Nu ze in de tweede ronde zat vroeg Festina zich af: zou ze toch nog wat bij zich hebben? Dapper toverde ze deze tweede ronde nog een gedicht tevoorschijn over alles dat bijna dood is: “Mijn leven zal toch vergaan.//..// Schaakmat. //..// Het bestaan mag dan wel vergaan, net als mijn lichaam.”// .. // Een kort gedicht. Martijn vatte het kort samen: “ruimschoots binnen de tijd.”
Volgens jurylid Sven Ariaans, die later het juryrapport voor zou lezen, leden beide dames in mindere of meer mate aan rijmdwang en was hun tweede ronde vooral existentialistisch. Maar hij bleef Ariaans positief: “Poëzie kan therapeutisch werken en dat moet je dan vooral ook blijven doen.” Ik probeerde mij nog heel even voor te stellen wat het andere jurylid ervan had gemaakt als die het juryrapport had moeten voorlezen, maar ik besloot de stemming erin te houden en er niet meer over na te denken. Next.
Ditmar continueerde in de tweede ronde het gedicht “De idioot in het bad”, omdat dat gedicht nog niet af was. Een grote woordenschat van deze welzeker belezen dichter maakt niet per definitie continue goede poëzie. Toch slaagde hij er wel in om regelmatig met mooie beelden te komen en zeker om zijn voordracht strak te houden.
“Het pillengruis op mijn papillen” in zijn “vierkamerflat getransformeerd in waterballet”. Ruimschoots genoeg deze avond om de finale te halen.
Daarna Paul weer. “He talks to water / and /dresses in moonlight and cool razor blades”. Dank je Paul dat je er was. Het publiek was het met mij eens en dus mocht hij in de finale terugkomen en de publiekswijnprijs ophalen.
Miguel bekeek deze tweede ronde de wereld door de ogen van een vrouw, met een door de poëziekrant goed ontvangen gedicht. “Als dit gedicht door een vrouw geschreven was”. Aardige exercitie. Ik houd persoonlijk niet van woorden als: “Teef” of “weetje” of “Ho eens even”. Maar op een podium mag het eventueel, mits het goed gedaan wordt. De jury vond het deze avond goed genoeg voor een finaleplek.
De “20-sometings” aan onze tafel vonden Paul de beste en hadden minder op met dwangrijmende dichters, maar wel weer meer met dichters die het ritme wisten vast te houden van hun voordracht. De jury was het in ieder geval met hun laatste twee punten eens. Miguel en Ditmar mochten naar de finale. Paul, buiten mededinging vanwege zijn Engelstalige poëzie, werd door het publiek afgevaardigd.
Miguel mocht de finale aftrappen. Dat deed hij met poëzie die Pim qua onderwerp in ieder geval hebben aangesproken. Zijn laatste dichtbundel heet niet voor niets: “De dingen de dingen de dans en de dingen”. Miguel dichtte ook over de dingen: over een maanlichtstraal; over regendruppels op je wimpers en over een standbeeld.
“En ik zou je willen smeken, / Je op mijn knieën / Willen smeken’ / Maar ik kan niet / Door mijn knieën / Ze zouden simpelweg / Breken. // Mijn stem, / Vastgebeiteld in steen / En standvastig / Ben ik vastgenageld / Aan de straat.” Ideeën genoeg over de dingen zou ik zeggen. Wetenschap van de technieken van poëzie ook aanwezig. Volgens de jury soms wat te gezocht, maar wel subtieler dan de twee dichteressen van de avond. Niet genoeg in ieder geval voor de winst deze avond.
Paul mocht als tweede, maar moest daarvoor eerst nog zijn online zoektocht naar meer van zijn eigen poëzie voltooien op de telefoon van presentator Martijn. Ditmar mocht daarom ondertussen zijn finaleronde starten.
Ditmar toverde, geïnspireerd door Caroline, weer een Kira het Café Festina Lente in. Ditmaal de Kira die we kenden. Ditmar had hoorbaar een probleem met deze Finse dichteres, en daarmee was het dus een gedurfd gedicht, aangezien Kira in Festina toch wel geliefd is. Maar het bleek een kort en snel vervliegend gedicht, waardoor zowel Kira als Ditmar zelf weinig schade opliepen. Ook voor dikke mensen voelde dichter Ditmar schijnbaar weinig. “Ik haat ze grondig en intens / de vadsige dikke medemens.” Als Ditmar, met of zonder badjas, iets of iemand niet leuk vind, haalt hij daar schijnbaar veel inspiratie uit. In ieder geval dichterlijke inspiratie. Soms met mooie beelden tot gevolg: “Sla ze zoals je ook een biefstuk slaat.” Soms gebruikt hij jammer genoeg, ondanks zijn belezenheid, poëtisch plattere beelden, waardoor de woorden minder raken: “Geen overstap of toch zes: kut NS”.
Paul, die inmiddels weer wat gedichten van zichzelf had gevonden, droeg wellicht geïnspireerd door Ditmar, een gedicht voor over mensen waar hij achteraf nog maar weinig liefde voor lijkt te voelen. Paul beheerst de techniek om de woede of haat of welke emotie dan ook, ingehouden op papier te zetten. Om te kunnen dichten met de rem erop. Hierdoor kwamen veel van zijn woorden bij mij uiteindelijk harder binnen dan die van bijvoorbeeld Ditmar.
“The corridor cowboys”: “I always thought I would / be glad to see the / back of them, but / I was wrong. / their broken noses/ and home-cut army / crops,/ those spirited faces / lions in the front line of a stupid war.//….. // they knew school was just a form of control./ but they had peaked too early, / their brilliance was neglected / and confused for disobedience. // now, they sit in / factory canteens / squeezing / plastic coffee cups / thinking of their / playground victories. // they used to be unbeatable.”
Paul was volgens het publiek de winnaar van de avond. Als het Esperanto in de vorige eeuw de Europese voertaal was geworden, had Paul deze avond wat mij betreft ook de juryprijs gewonnen. Maar regels zijn regels. En Nederlands is Nederlands. Ditmar werd daarom de terechte winnaar van de overige vier deelnemers. De jury zei: “Intelligent gedaan, hij plukt overal wat vandaan.” en “Ditmar werkt vanuit de rijkdom van zijn gemoed”, en zo was het.
Het was een avond waarbij het soms zoeken was naar echte poëzie. Een avond waarin Ditmar zijn talent liet zien en Miguel zijn mogelijkheden. Een avond waarin Festina weer liet zien dat er altijd ruimte is voor nieuwe dichters met eigen motivaties en voor nieuw publiek. Een avond vol rijmdwang en zware gedichten, maar ook de avond waarop het buiten eindelijk een beetje winter werd. Ditmar sloot de avond af in stijl, met een gedicht over dichteres Sylvia Plath. Zonder rijmdwang, wel over de dood. Wikipedia (vandaag niet meer op zwart) schrijft over haar: Op 11 februari 1963 verstikte ze zichzelf met het gas van haar oven. Voordien had ze nog eten en melk voor haar kinderen klaargezet.
Deze recensie van Robert Ankers In het westen (de laatste trans) verscheen eerder in
Deze recensie van Fleur de Bourgounjes De Lichtstraat verscheen eerder in Awater:
Dit dreigt een raar verslag van de eerste Festine Lente Poëzieslag van het nieuwe seizoen te worden. Waargebeurd, dat wel, maar dat is naar verluidt een slecht excuus. Kort samengevat was het een rare avond. Eerst kwam de helft van de dichters niet opdagen. Daarna kwam er een Franstalig stelletje binnengewandeld: een donkere jongen en een tweetalige Parisienne met een knappe bos met golvend haar. Dat bleek die avond de concurrentie waar Jurgen Smit en Von Solo het mee moesten doen. Voor Jurgen Smit en Von Solo een thuiswedstrijd, zou je zeggen. Maar, meer dan om het woord geworden idee, draait het bij een poëzieslag om het vleesgeworden woord. Die taal van lichaam en liefde bleek maar weer eens niet gebonden aan landsgrenzen.







