17 February, 2012
Geplaatst door admin
Van Outlook tot Heidelberg
Ik kreeg een mailtje. Ik krijg wel vaker e-mail, maar mailtjes met daarin de vraag of het mij leuk lijkt een gedicht van mij met ouderwetse drukmachines op handgeschept papier te laten drukken krijg ik niet dagelijks. “Beste Pim, Zou jij het leuk vinden als ik eens een gedicht van jou als plano laat drukken?” Geen idee wat een plano was, maar ‘leuk’ leek het me zeker.
Wolfram Swets was het. Ik ontmoette hem lang geleden in Deventer, waar hij als uitgever van Uitgeverij Tungsten op een boekenmarkt zijn collectie ambachtelijke drukwerken van Menno Wigman en Thomas Möhlmann uitventte. Ik kon me hem nog vaag herinneren.
Nadat ik hem mijn meest recente en favoriete gedicht toestuurde, ontving een mailtje dat begon met een krachtterm waar Arie Boomsma zijn wijze hoofd bij zou hebben geschud – een banvloek die gevolgd werd door een: “Hoe krijgen jullie dat dichten toch voor elkaar?” Het gedicht was goedgekeurd.
Fascinaties
Een maand later kwam Wolfram op de koffie om het eindresultaat te tonen. We hadden elk onze fascinatie en konden er vurig uren over doorpraten: ik over het vijlen aan vorm, klank, beeld en betekenis van woorden, tot op het microscopische af; hij over drukinkt, Heidelberg-persen en handgeschept papier van Magnani en Zerkall. Hoe-ie het voor mekaar had gekregen, ik had geen idee. Ik besloot op onderzoek uit te gaan naar zijn beweegredenen. Want waarom was het gedicht in een oplage van 33 gedrukt? Waarom in een schreefloze letter? En waarom werd alles gedruk bij drukkerij Mostert in Leiden?
“Drukkerij Mostert heeft als één van de zeer weinige een intertype en een degelautomaat staan. Op de eerste machine worden de versregels per regel in lood gegoten en op de tweede wordt het gedrukt. De automatiek zorgt – wat hoogdruk (uit lood) aangaat – voor nagenoeg een perfecte, evenwichtige druk”, vertelde Wolfram me. Dat het hier niet over een espressoapparaat ging, zo ver was ik, maar op de één of andere manier riepen die vaktermen meer vragen op dan antwoorden. Kort gezegd kwam het erop neer, zei Wolfram, dat speciaal voor deze druk loden letters werden gemaakt die later weer werden omgesmolten, om in een nieuwe vorm weer andere gedichten of rouwkaarten te drukken.
“Het gedicht ‘Roltrap’ was a bit of a bitch om te drukken,” vertelde Wolfram me even later. Het had te maken met de verschillende tinten blauw die hij gebruikte. “Maar met tien drukgangen roep je dat ook wel over je af”, gaf hij toe. “De vier blauwtinten op de voorzijde van de plano staan in reverse op de achterzijde. Het drukken moest eens in z’n geheel overnieuw omdat de drukker de tint en de volgorde in de vierde drukgang verwarde.” Een complete oplage van 33 vellen handgeschept papier kon dus de oud-papierbak in.
“In de bibliofilie zijn kleine oplagen heel gebruikelijk en erg prikkelend voor verzamelaars in hun zoektochten”, legde Wolfram uit, toen ik hem vroeg naar de betekenis van dat getal. Ik vroeg het me af, omdat Uitgeverij Tungsten tot 2010 bekend stond als Uitgeverij 69, naar het geboortejaar van de uitgever. Tungsten bleek een synoniem voor het 74e element uit het periodiek systeem der elementen, Wolfraam. En zo kwam alles weer bij Wolfram terecht, die blijkbaar ook iets met getallen had. Hij legde uit waarom de oplage nu 33 dubbelzijdig bedrukte vellen handgeschept papier (plano’s) groot is. “In eerste instantie dacht ik aan een oplage van 26 (geletterd van A tot Z), maar ik koos – vanwege de complexiteit – voor het niet onmagische getal 33: 26 geletterd van A tot Z, en 7 extra, genummerd 1 t/m 7.”
“En waarom gebruikte je een schreefloze letter als de Folio?” Ik wilde het weten, omdat het gedicht van Menno Wigman dat hij me stuurde gedrukt was in een klassieke, Times New Roman-achtige letter met schreef. “Ik kies niet per se snel voor een schreefloos lettertype. Mij leek de schreefloze Folio echter het beste te passen bij de strakke machinerie van een roltrap.” Ik vermoedde dat dit ook de reden was waarom de letters van het gedicht in zwart met blauwtinten, en niet bijvoorbeeld rood of geel, in de vellen dik papier werd gedrukt –metaalachtig, koud en druilerig, zoals ook het gedicht.
Gedrukt
Een miniatuurversie van de plano stuurde Wolfram later, als ansichtkaart, naar Wigman, die inmiddels bevorderd is tot stadsdichter van Amsterdam en van wie onlangs de bundel Mijn naam is legioen verscheen. Ik weet het omdat ik van Menno op een dag een fijn berichtje in mijn inbox kreeg. Ik krijg wel vaker mailtjes, maar zelden hebben ze de lengte van een sms en zelden is een e-mail zo verzorgd terloops. Alsof het gedrukt stond, las ik, op de aanhef en de groeten na: “Mooi gedicht dat Wolfram op een kaart heeft gedrukt.” Dat was het.
Dat gedicht, ‘Roltrap’, ja, ik besef me dat je nu geen enkel beeld hebt van die tekst. Wacht, ik lees het hieronder aan je voor; zodat je het ‘leuk’ kunt vinden of, als je nieuwsgierig bent, via de website van Uitgeverij Tungsten voor een bescheiden bedrag kunt bestellen als plano.
Uit de nieuwsbrief van Uitgeverij Tungsten: ‘Roltrap’ in vier kleuren gedrukt, verschijnt in een oplage van 33 gesigneerde exemplaren, waarvan 26 op Zerkall (geletterd van A tot Z) en 7 exemplaren op Cartiera Magnani Pescia (genummerd van 1 tot 7). Eén van de 7 exemplaren vraagt €19,50; één van de 26 exemplaren €17,50.


Deze recensie van Robert Ankers In het westen (de laatste trans) verscheen eerder in
Deze recensie van Fleur de Bourgounjes De Lichtstraat verscheen eerder in Awater:







