Barry Smit wint Victoriefonds Cultuurprijs

Zondag was het zo ver. Na maanden lezen, zweten, wikken, wegen, onenigheid en overeenstemming mocht iedereen weten wie de winnaar was van de Victoriefonds Cultuurprijs.

We nomineerden drie mooie schrijvers, waarvan twee dichters, twee prozaschrijvers, 1 schrijfster van korte verhalen, 1 uitgeefster van een biologisch afbreekbare dichtbundel, 1 gepubliceerd romancier en 1 romanschrijver in wording.

Zoveel talent in drie mensen?

Daarom werden ze genomineerd:

Ronald Giphart presenteerde de middag, die begon met een interview met Elly de Waard over een uit de hand gelopen dichtersavond tussen de Maximalen en haar Nieuwe Wilden.

“Uiteindelijk rende ze met de microfoon, die nog aan stond, op haar af en begon op het hoofd te slaan. Pof. Pof. Pof.”

De Waard was zeer te spreken over de kwaliteit van de huidige generatie (toch veelal vrouwelijke) dichters.

Schrijver en multitalent Ozan Aydogan, die eerder het NK Poetry Slam op zijn naam schreef, won de Jong Talent Prijs.

Daarna maakte juryvoorzitter Hetty Hafkamp, burgemeester van Bergen, de winnaar bekend.

En dat het een mooie middag was, zag ook de Alkmaarsche Courant:

Lees het werk van Gerda BleesSaskia Stehouwer & winaar Barry Smit. Ik beveel ze alle drie van harte aan!

Hoe schrijf ik een gedicht

Dit item verscheen eerder op Pimtebokkel.nl in 2012. 

Eens in de zoveel tijd ontmoet je als dichter iemand die de vraag stelt. Een journalist, iemand die je na een optreden aanspreekt of een collega die net iets van je las. En dan… dan komt het… de vraag: “Hoe doe je dat nou eigenlijk, dat dichten?”

“Ja,” vraag ik mezelf dan af. “Hoe doe ik dat nu eigenlijk?”

Eerlijk gezegd beantwoordde ik die vraag elke keer anders. Ik zoog iets uit mijn duim en zei: “Ik doe maar wat en pruts net zo lang tot er iets staat dat volgens mij helemaal goed is.” Zo’n antwoord toont dat schrijven een intuïtief proces is, maar van het antwoord zelf wordt niemand wijzer.

Vorige week, op een festival in één van de Amsterdamse parken, begreep ik ineens waar de meeste mensen bij het schrijven van een gedicht tegenaan lopen. Een vriend, die als leraar op een middelbare school werkt, vertelde me dat de meeste scholieren een gedicht van a tot z uit willen schrijven. Dat lukt ze niet.

Ineens begreep ik waarom ik altijd moeite had met de vraag hoe ik een gedicht schrijf. Ik schrijf al meer dan tien jaar gedichten, en het is niet dat ik er nooit eerder bij stil heb gestaan. In al die tijd was ik echter steeds meer verwijderd geraakt van wat je ‘de natuurlijke vertelhouding’ zou kunnen noemen: mensen zijn gewend om een verhaal ergens te beginnen en door te gaan tot ze zijn uitgepraat.

Na jaren van trial and error heb ik gemerkt dat een gedicht zelden tot nooit op die manier tot stand komt. Als ik het zou moeten samenvatten in een proces zou ik de volgende zes stappen identificeren:

 

  1. Alles begint met een indruk of een idee. ‘De beste gedichten schrijf je aardappels schillend’, schreef Cees Buddingh’ ooit, maar dat aardappels schillen is slechts het begin. Dat idee schrijf je op een groot wit vel papier.

 

  1. Vervolgens schrijf je alles wat je verder bij dat idee bedenkt kritiekloos en ongeordend in een grote wolk van woorden, met in het middelpunt dat eerste idee. Je zou het stream of consciousness kunnen noemen, maar het eindresultaat is geen lineaire tekst.

 

  1. Als je alle associaties en gedachten uit je hoofd geschreven hebt, zie je meer en meer verbanden en een onderwerp ontstaan. Deze verbanden werk je uit tot zinnen op een nieuw vel papier. In deze fase wordt dus ook duidelijk waar je gedicht nu echt over gaat.

 

  1. Tussen de zinnen die je opschreef bevindt zich vaak een zin die kan dienen als begin of slotzin. Deze zet je op een nieuw vel papier of in je tekstverwerker. Nu je weet waar je gedicht over gaat, werk je het verder uit tot een eerste versie met de meest passende regels en ideeën op je inmiddels niet meer witte vel papier.

 

  1. Vervolgens kom je in verschillende herschrijfrondes terecht. Het doel is de vorm en de woorden te vinden die passen bij het echte onderwerp van je tekst. Hele zinsdelen en strofes kunnen in deze rondes van plaats wisselen of sneuvelen.

 

  1. Ten slotte worden de puntjes op de i gezet: je controleert de spelling en leest het gedicht hardop voor om te horen hoe het klinkt.

 

Of je gedicht nu af is wordt gevoelsmatig bepaald. Als je heel erg tevreden bent wil dat lang niet altijd zeggen dat je een briljant gedicht hebt geschreven. Als je zeer ontevreden bent moet het gedicht even rusten en moet je op een gegeven moment stap vier, vijf en zes herhalen. De beste indicatie voor een goed gedicht is dat je een beetje bang wordt van hetgeen jezelf net geschreven hebt.

Het idee dat jij degene bent die het gedicht geschreven hebt is nog maar een paar honderd jaar oud. Bezeten door de geest van het gedicht, vol van inspiratie (naar het Latijnse woord voor geest), gingen de dichters van vroeger op in het schrijven van zijn gedichten. Ergens in opgaan – het klinkt alsof je als verstandig en zelfdenkend mens verdwijnt. Zo was het toen, maar in een recensie van de Verzamelde Gedichten van de vijftiger Lucebert schrijft Ton van Deel: “De veronderstelling dat hij al dichtend door een god of door de muze werd ingefluisterd, heeft hij zelf een aantal keren in interviews bevestigd.” Wie weet ging je net als Lucebert en de dichters van vroeger op in het schrijven van je gedicht als je een beetje bang wordt bij het teruglezen van je eigen tekst.

Eerlijk gezegd weet ik nog steeds niet precies hoe ikzelf precies een gedicht schrijf – als het goed is verdwijn je op een onbepaald moment. Maar met de stappen hierboven heb ik door de jaren heen wel de twee meest voorkomende blokkades in het schrijfproces weten te vermijden, dat zijn: 1. het blokkeren van de inspiratie door lineair te schrijven en 2. het niet helder hebben van je onderwerp. De eerste wordt opgelost in stap twee en de tweede wordt aangepakt in stap drie. Zonder onderwerp is elke zin in je gedicht, en daarmee je hele gedicht, inwisselbaar. En bij het lineaire schrijven loop je vast omdat je je inspiratie beperkt tot wat past bij de vorige zin, waardoor andere gedachten bij voorbaat sneuvelen.

Wanneer ik workshops geef, bijvoorbeeld aan middelbare scholieren, ligt de nadruk dan ook op stap twee en drie, wat al meerdere keren leidde tot leuke middagen met bijzondere gedichten.

 

Een gedicht uit de Achterhoekse Verzen

Dit jaar is het 350 jaar geleden dat Willem Sluiter zijn regels “Waer iemand duisent vreugden soek/Mijn vreugt is in dees’ achter-hoek” neerschreef. Hij zal hij niet gedacht hebben dat hij de naamgever zou worden van de Achterhoek.

Op tal van manieren wordt het 350-jarig jubileum van de Achterhoek dit jaar gevierd. Stichting Eeuwig Erbarmen besloot een reeks van boeken uit te geven die een relatie heeft met de Achterhoek. En de naam daarvoor was natuurlijk snel gevonden: de Achterhoek 350-reeks. Dankzij financiële bijdragen van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Coulissen Fonds, Stichting De Roos-Gesink, G.A. van de Lugt Stichting, Het Plantenfonds, Stichting Eeuwig Erbarmen en giften van particulieren is de eerste uitgave een feit.

De eerste publicatie is een bijzondere dichtbundel ‘de Achterhoekse verzen’: 12 gedichten van Pim te Bokkel, over zijn jeugd in de Achterhoek. Hans Mellendijk waagde zich aan een Achterhoekse vertaling. Het resultaat is een tweetalige dichtbundel, verluchtigd met tekeningen van Bert Scheuter.

Hieronder twee bladzijden met het vertaalde gedicht, het origineel, en de tekening van Bert Scheuter.

Tijdreizigers zijn we – het verbergen van de Achterhoekse Verzen

Aalten, 8 juli 2018

Donker, koel en laag zijn de kelders onder het kasteel. Het is al weken warm en de dagpauwogen houden het voor gezien; ondersteboven hangen ze aan de steunbalken van het plafond.

Zelden zijn de kelders open voor publiek. Ik herinner me de Open Monumentendagen. Met vader en broertjes veegden we het erf, hakten we het pad onkruidvrij en poetsten we de kelder stofvrij. Vooral dat laatste was onbegonnen werk; één tikje tegen een wand of de kalkstukken vielen in een wolk van fonkelstof op de grond.

We laten iets achter in het oude huis. Er zijn genodigden en met mijn broertjes ben ik teruggekomen naar de Achterhoek, Aalten om precies te zijn, waar tussen oude eiken mijn ouderlijk huis staat.

Verder lezen →

Kom ook langs bij de presentatie van deze bijzondere, tweetalige dichtbundel: de Achterhoekse Verzen

Volgende week, in het weekend van 7 en 8 juli, verschijnt er een bijzondere bundel: mijn jeugdherinneringen aan de Achterhoek in 12 gedichten gevat, vertaald door mijn Achterhoekse collega Hans Mellendijk, met tekeningen van Bert Scheuter.

Hij vertaalde mijn gedichten naar de Aaltense variant van het Nedersaksisch, de taal van mijn moeder en vader, die ik dagelijks hoorde, maar nooit als mijn moedertaal sprak. Met mijn broertjes en mijn ouders, op basisschool ’t Möllenveld en later op Schaersvoorde, sprak ik Standaardnederlands – de taal waarin ik nog altijd droom, denk en schrijf. De bundel is tweetalig, waarbij het Achterhoeks voor niet-Achterhoekers even vervreemdend werkt als het Fries of het Zuid-Afrikaans, en voor wie het Nedersaksisch machtig is, hoop ik voorzichtig, iets toevoegt aan een eeuwenlange traditie van geschreven en gesproken woord.

Het is geen megalomane bundel, enige Achterhoekse bescheidenheid is gepast, maar we hebben er achter de schermen intensief en met veel liefde aan gewerkt, met als eindresultaat een bundel, de Achterhoekse Verzen, die me na aan het hart ligt: tweemaal twaalf gedichten, met tekeningen van Bert Scheuter, door Uitgeverij Fagus voorzien van harde kaft.

Ik bedank iedereen die deze bundel mede mogelijk heeft gemaakt, in het bijzonder Hans Mellendijk, en nodig je, als je geïnteresseerd bent, van harte uit voor de presentatie in De Koppelkerk in Bredevoort op 8 juli om 15:00 uur, waar we het glas heffen en mooie herinneringen ophalen.

Bestel de bundel online

De Achterhoekse verzen van Pim te Bokkel zijn te koop. Voor 12,50 euro is de bundel te bestellen bij Uitgeverij Fagus.

Recensies, besprekingen en interviews

Uit Antwerpen kwam de eerste bespreking, door Bert Bevers op het weblog van De VVL-Boekhouding.

Te Bokkel weet een mooi beeld van ‘zijn’ Achterhoek en zijn jongensjaren daar op te roepen. Beslist aangrijpend zijn de mijmeringen bij zijn oma die hij noteerde in Lichtspel uit de diareeksen van wijlen mijn oma, ‘de oma met herinneringen / als diacollecties die ergens nog op zolder moeten liggen’ […] Bert Scheuter, die ook de vormgeving verzorgde, leverde vijf tekeningen voor dit liefdevol uitgegeven boek. Met veel plezier gelezen!

Voor Aaltens Nieuws schreef Bernard Harfsterkamp een verslag van de presentatiedag.

Over honderd jaar of tweehonderd jaar zal een toekomstige bewoner van het Walfort, misschien wel een achterachterkleinkind van Te Bokkel, de rechthoekige trommel toevallig vinden en zich afvragen wat er inzit.

De Gelderlander en Twentsche Courant Tubantia publiceerde een interview van Gerard Menting met Hans Mellendijk en Pim te Bokkel.

Als hij zijn werk terugleest in het dialect gebeurt er iets bijzonders in zijn hoofd. “Je krijgt twee sporen in je brein, dan ga ik ook in het Achterhoeks denken. Het is net als Zuid-Afrikaans of Fries, een taal waar je iets langer bij stil staat.”

Hans Mellendijk schreef in verschillende van zijn blogs over de Achterhoekse Verzen.

Lees hier de long read van Pim over de presentatiedag.

Donker, koel en laag zijn de kelders onder het kasteel. Het is al weken warm en de dagpauwogen houden het voor gezien; ondersteboven hangen ze aan de steunbalken van het plafond.

Lezingen en signeersessies

Ik lees voor uit de bundel tijdens ’n Drom in Sinderen op 7 juli, in Bredevoort op 8 juli en op 22 juli bij Erve Kots in Lievelde.

Kijk voor het meest recente overzicht in mijn agenda. 

Deel mee 

Deel dit nieuws met andere geïnteresseerden op Facebook: