Hoe het op een blauwe maandag gaat

Vandaag is de eerste dag dat de kat van de buren, na bijna een vol jaar logeren bij ons, weer terug bij de buren is. Als ik eten op tafel heb gezet, en ik moet naar de keuken om nog een vork uit de besteklade te pakken, kijk ik om, om te zien of de kat niet op tafel springt.
Ze doet het niet. Ze is er niet om het te doen.
Dit is hoe het gaat. Dat schreef ik in een gedicht over een roltrap, dat kortgeleden als openingsgedicht in mijn derde bundel verscheen. De kat was erbij toen ik die bundel schreef. Vaak kwam ze op mijn bureau liggen als ik bezig was.
Gisteravond schreef ik de regels hieronder, niet omdat het amper gaat – het gaat, zoals ik net al zei, het gaat. De kat is terug bij haar baasje. Maar hier is het de komende dagen, totdat het me niet langer opvalt, wat leger dan anders.

Een hele slimme kat was het. Er zijn mensen die beweren dat katten alles behalve slim zijn. De tijdspanne waarbinnen de beestjes beslissingen nemen beperkt zich, instinctief als ze handelen, tot luttele seconden. Hier is het bewijs van het tegendeel: kijk hoe ze keek toen ik haar stoorde tijdens het lezen van deze bibliofiele dichtbundel.

Ach, meer dan in slimmigheid, onderscheidt de kat zich wellicht positief van de rest van het dierenrijk door wat Rudy Kousbroek de aaibaarheidsfactor noemde. Een prachtig essay is dat, mooi uitgegeven ook, met een fluwelen kaft door Uitgeverij Augustus.

De aaibaarheid van de kat is het enige mij bekende voorbeeld van een actieve passieve eigenschap; anders gezegd, de kat hanteert zijn aaibaarheid als een positief principe.
De activiteit waar ik op doel is degene die in het dagelijks spraakgebruik ‘kopjes geven’ wordt genoemd. In feite is er geen sprake van iets geven, maar van iets nemen: de kat eigent zich iets toe, hij onttrekt een aai aan de buitenwereld…
– Rudy Kousbroek, in:  De aaibaarheidsfactor

Hier leest Midas Dekkers er, in de studio van uitgeverij Rubinstein, enkele regels uit voor. Het is dezelfde studio waarin ik ook de gedichten van de Layar-app, voor mijn derde bundel, mocht opnemen. Nog één associatie verder en ik zit weer met de kat in mijn armen aan die stormbundel te schrijven.

Ik geloof dat ik vanavond wat Kousbroek ga lezen.